6. Arachnofilia

De Franse astronoom Jérôme de Lalande (1732 - 1807) en de Florentijnse  bibliothecaris Antonio Magliabecchi (1633 - 1714) worden vaak in één adem genoemd omdat ze allebei dol waren op spinnen. Zelfs de zeer vertrouwbare bibliograaf Gabriel Peignot houdt, tegen beter weten in, in zijn Amusemens philologiques (1824) de optie open dat beide arachnofielen elkaar ontmoet zouden hebben. Hij concludeert: ‘...dan zou Magliabecchi hem ongetwijfeld met strenge blik hebben gadegeslagen als Lalande zijn honger naar dit walgelijke insect bevredigde...’ Zie hun geboorte- en overlijdensdata.

Voor Lalande waren spinnen blijkbaar een amuse, ook volgens ooggetuigen. In een artikel over zijn bezoek aan Nederland in 1774 – hij kwam zijn nieuwe boek promoten - citeert Florine Weekenstroo een Franse studie die Lalande typeert als ‘extravagant en pervers. Hij had de onpasselijke gewoonte om in het openbaar spinnen te eten en daarmee gezelschappen te provoceren.’ In andere bronnen lees ik dat hij dat het liefst deed in aanwezigheid van dames met wie hij na het invallen der duisternis in de tuin naar de sterrenhemel keek. Hij haalde dan een soort van snuifdoosje tevoorschijn en offreerde de dame een van de daarin aanwezige dode spinnen.

Dame proeft spin. Detail uit een houtgravure uit ‘Les arraignées de Lalande’, in Cuisine des familles, circa 1900.

 

Hetzelfde deed hij overigens ook als hij in Parijs het ‘Institut’ bezocht, het bolwerk van wetenschappelijk Frankijk. Hij genoot van ‘Non, merci.’ Nam er zelf een en genoot zichtbaar.

Magliabecchi had eigenlijk geen bibliotheek maar een voor zijn tijd onwaarschijnlijk grote verzameling boekenbergen, inclusief stof en ongedierte. Vanaf 1673 was hij in Florence als bibliothecaris in dienst van  Cosimo III de' Medici, groothertog van Toscane. In Argus 88 zagen we al dat Magliabecchi uitsluitend eieren en brood at, en dus geen spinnen. Tijdgenoten noemden hem ‘de boekverslinder’. Wie het privilege kreeg door Magliabecchi’s boekerij te mogen  dwalen, kreeg altijd één dringend advies: ‘Let erop dat u mijn spinnen niet ontrieft!’ 

In het dagblad La Petite presse van 29 mei 1868 las ik de waarheid over Lalande. Hij liet zijn zogenaamde dode spinnen vervaardigen door een maître patissier in de rue des Saints-Pères in Parijs. De bakvormpjes waren superieur, de spinnen van chocolade. Puur. Zelfs de haartjes op de pootjes leken, hoewel post mortem, toch levensecht.

Wat Magliabecchi betreft, concludeer ik dat hij zijn spinnen beschouwde als assistent-bibliothecarissen. Hun taakomschrijving was: webben spinnen en alles oppeuzelen wat schadelijk is voor de boeken. 
Want er is geen spin die ooit een boek kwaad heeft gedaan.


Ed Schilders

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in het tijdschrift Argus op 10 november 2020.

 

Meer blogs?

Klik boven in het menu om eerdere blogs te lezen.