Boekbegravers

In zijn Boekwoorden woordenboek geeft dr. J. Ayolt Brongers dertien samenstellingen met ‘biblio-’, waaronder ook de in meer of mindere mate gederangeerde mutaties van de bibliomaan, de biblioklast ofwel boekenschender, en de biblioklept dan wel boekendief. De ‘bibliotaaf’ noemt hij niet, mogelijk bij gebrek aan beruchte ‘boekenvrekken’ of ‘boekbegravers’ in Nederland, in tegenstelling tot de Engelse en Franse bibliofolklore. De laatste Nederlander die openlijk van boekbegraving is beschuldigd, overleed in 1848. Dat was baron W.H.J. van Westreenen, grondlegger van het Huis van het Boek in Den Haag, vroeger Museum Meermanno-Westreenen genaamd.

De meest voorkomende bibliotaaf is de verzamelaar die weigert zijn bibliotheek te delen met andere liefhebbers of onderzoekers. Zijn bibliotheek is een begraafplaats. Zeldzamer zijn de boekbegravers in letterlijke zin. Holbrook Jackson geeft er voorbeelden van in The Anatomy of Bibliomania. Hun boekenkerkhof  is meestal hun tuin; hun motieven zijn altijd onbekend. En dan zijn er nog de lezers die bij testament bepalen dat hun lievelingsboek samen met hen ter aarde moet worden besteld. Jackson geeft het voorbeeld van Sir Thomas Browne, arts en antiquaar. Hij nam een exemplaar met werk van Horatius mee, gedrukt door de Elzeviers, en ‘net als ik maar ook door mij afgeleefd’.

In oktober 1895 vroeg de bibliofiel en uitgever Pierre Dauze aan Paul Verlaine of hij een serie van 24 sonnetten wilde schrijven voor het door hem uitgegeven tijdschrift Revue Biblio-iconographique. Verlaine, altijd in geldnood, ging er graag op in, en hij begon al snel aan wat nu bekend staat als de Biblio-sonnets. In 2016 is daarvan de Nederlandse vertaling verschenen door Martin Hulsenboom. Verlaine leverde drie sonnetten in met de titel ‘Bibliotaaf’. Het derde is het beste. We bevinden ons op een slagveld tijdens de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871. Een kolonel wordt neergeschoten, en met hem het boek dat hij in zijn uniform meedraagt, een prachtband met het werk van Horatius. De vijandelijke huzaar ziet het boek, en stapt van zijn paard om het te roven. Dat had hij niet moeten doen: De kolonel rijst op en schiet. De huzaar is weliswaar dood, maar de kolonel neemt het zekere voor het onzekere: Opdat geen dief meer van zijn noodlot profiteert,/ Vuurt hij het magazijn leeg op zijn dierbaar boek.

Verlaine stuurde ‘Bibliotaaf III’ aan Dauze op 26 december 1895. Het is, hoogstwaarschijnlijk, het laatste wat hij heeft geschreven. Hij overleed op 8 januari 1896.


Ed Schilders

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in het tijdschrift Argus op 6 juli 2021.

 

Dit is het vijfde blog van 2022. 

 Klik hier voor een overzicht van de blogs van 2021. 

Gravure van Richard Ranft voor het bibliosonnet van Paul Verlaine.

Gravure van Richard Ranft: Bibliotaaf III