Bommen op boeken

Je kunt ook geluk hebben. In het rapport In nacht en ijs van dr. H.E. Greve over het wel en wee  van de openbare leeszalen en bibliotheken gedurende de laatste oorlogsmaanden, is de leeszaal van Amersfoort de gelukkigste. De hele winter brandde de kachel, want er waren nog kolen over van vorig jaar. Maar het grootste wonder was: ‘In het leeszaalgebouw barstte gedurende de bombardementen slechts één kleine ruit.’

Met Greve’s rapport zijn de wederwaardigheden van de openbare bibliotheken tenminste nog enigszins gedocumenteerd. Over het verlies van privébibliotheken door oorlogsgeweld is nauwelijks iets bekend. Gelukkig zijn er wel twee kleine maar bijzondere monografieën  daarover, geschreven door de gedupeerden zelf. Onder de titel Mijn Vondelbiografie en de oorlog (1945) maakt pater Bernard Molkenboer – hoogleraar Vondelkunde in Nijmegen – ons ooggetuige van de teloorgang van zijn boekerij tijdens de slag om Arnhem. Meer daarover in het volgende blog. Het tweede document is zeldzamer omdat het alleen in gestencilde vorm heeft gecirculeerd.

Pater Bonaventura Kruitwagen wist alles van de boeken die in de late middeleeuwen met de hand werden geschreven of in de wieg werden gedrukt. In mei 1940 woonden hij en zijn 10.000 boeken in de pastorie aan de Westewagenstraat in Rotterdam. Uit voorzorg waren de kerkschatten van de aangrenzende monumentale Rosalia-kerk ondergebracht in de uit beton gegoten kluis. Kruitwagen neemt zijn intrek in de kelder daaronder, samen met ‘de kostbaarste boeken die ik zelf bezat’, maar ook met ‘alle boeken die ik van anderen ter leen had, allemaal netjes ingepakt met de namen der eigenaren erbij.’ Wat kan er mis gaan? ‘Die boeken en ik zaten daar ongeveer 3 à 4 meter onder den grond, van alle kanten beschermd door stevige muren.’

Op 14 mei ging alles mis. Over wat er die dag gebeurde, schreef hij een dikke maand later die gestencilde brief aan zijn vrienden en vakgenoten. ‘Mijn duizenden boeken waren naar alle richtingen heengeslingerd.’ Kluis en kelder waren bezweken. ‘Met mijn eigen oogen heb ik nu kunnen zien hoe hopeloos alles vernietigd en verbrand is.’ Zijn gevoel voor humor heeft hij niet verloren. In de opgenomen plattegrond tekent hij zichtzelf op de plaats waar hij onder het puin lag. Hij vergelijkt zichzelf met Job: hij zal zijn bed weer opnemen en wandelen. ‘Het eenige wat mij werkelijk leed doet is, dat al die geleende boeken reddeloos verloren zijn.’

 

Ed Schilders

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in het tijdschrift Argus op 3 augustus 2021.

 

Portret uit Huldeboek pater dr Bonaventura Kruitwagen o.f.m., 1948.

Kruitwagens ‘zelfportret’ als slachtoffer in de gestencilde brief.